Rendementen zijn gedaald en kapitaal dat ooit overvloedig leek, is de laatste jaren schaarser geworden. De Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM) investeert in bedrijven met maatschappelijke relevantie, maar moet tegelijkertijd revolverend werken: het geld dat wordt uitgezet, moet op termijn ook weer terugkeren in de fondsen. Dat is een lastig evenwicht, maar de in de regio aanwezige technologie maakt dat wel mogelijk.
Impactvolle innovaties, bijvoorbeeld in circulariteit of de verwerking van reststromen, vallen niet altijd te rijmen met de rendementen waar commerciële fondsen op sturen. Juist daarom ziet BOM het als taak in die segmenten aanwezig te zijn, maar dan als onderdeel van een brede portefeuille. Want alleen investeren in maatschappelijke relevantie, zonder commerciële bril, zou betekenen dat het geld niet kan blijven rondgaan.
“Wij zoeken die balans,” zegt Jansen. “We moeten maatschappelijk relevante investeringen doen, maar we moeten ook zorgen dat onze fondsen blijven draaien.” Om aan die ambitie te voldoen, definieerde BOM zes focusgebieden waarop zowel rendement als maatschappelijke meerwaarde te behalen is.
Waarom de markt zo ingewikkeld is geworden
Dat investeerders het zwaar hebben, is een structureel gevolg van veranderde economische omstandigheden. Vijf jaar geleden was de rente nul procent of zelfs negatief. Geld lenen was vrijwel gratis. Dat veroorzaakte een hausse aan durfkapitaal. De jaren 2020 en 2021 waren uitzonderlijk goed: waarderingen gingen door het dak, exits vonden plaats tegen bedragen die nu ondenkbaar zijn.
Maar die tijd is voorbij. De gestegen rente zorgt voor gedaalde waarderingen. Daardoor lijken aandelen en fondsen minder interessant: de toekomstige winst die zij beloven, weegt minder op tegen het veilige rendement dat je nu al krijgt.
Ondertussen staat Nederland er op het gebied van innovatie-investeringen niet sterk voor. De R&D-uitgaven in 2025 bedroegen 2,3 procent van het bruto nationaal product. Dat is aanzienlijk minder dan bijvoorbeeld Duitsland, België, de VS en Zuid-Korea.
Bovendien leunt Nederland zwaar op een klein aantal grote bedrijven: ASML en Philips domineren de R&D-cijfers. Startups, hoe innovatief ook, spelen qua volume maar een bescheiden rol.
Wat moet er gebeuren om het investeringsklimaat te verbeteren? Volgens Jansen ligt de oplossing op drie fronten: meer investeringen in R&D, het versterken van de investeringsketen met inhoudelijke experts en het mobiliseren van grote kapitaalbronnen, vooral via pensioenfondsen.
Meer geld naar R&D
Het is voor Jansen klip en klaar: Nederland moet richting de Lissabonnorm van drie procent R&D-uitgaven, een afspraak die begin deze eeuw werd gemaakt door de EU. Dat betekent miljarden extra.
Maar niet alleen de overheid moet investeren. Innovatieve ondernemingen moeten voldoende prikkels krijgen om mee te doen. Als er genoeg kapitaal vanuit investeringsfondsen naar innovatieve ondernemingen gaat, volgen R&D-investeringen vanuit die ondernemingen vanzelf.
“We zitten met BOM in een hele vroege fase van innovatie,” zegt Jansen. “Onze rol is beloftevolle technologieën sneller te laten schalen en te zorgen voor voldoende kapitaal in de markt.”
Dat doet BOM niet alleen door zelf te investeren, maar ook door co-investeerders te zoeken. BOM investeert altijd samen. “We hebben een heel groot netwerk dat we continu uitbreiden”, zegt Jansen. “We versterken de markt daarnaast ook door andere fondsen beperkt financieel te ondersteunen zodat die ook groter worden. Maar daarvoor is veel, veel meer kapitaal nodig.”
Meer weten
BOM als betrouwbaar fonds met specialisten
Onder meer door dat grote netwerk, staat BOM bekend als een betrouwbare partner met expertise. BOM stelt stevige voorwaarden bij investeringen, ontwikkelt standaarden voor governance en pakt door waar commerciële fondsen in het begin terughoudend zijn.
Maar het grootste verschil maakt BOM volgens Jansen met de ervaring en kennis in de organisatie. “Zestig procent van de mensen die we aannemen, heeft een technische achtergrond,” zegt hij. “We zetten bewust in op het aantrekken van mensen met inhoudelijke expertise, van biomoleculaire wetenschappen tot kunstmatige intelligentie en fotonica. Dat maakt echt het verschil, bijvoorbeeld bij due diligence en tijdens gesprekken met ondernemers.”
Jansen is de afgelopen 30 jaar betrokken geweest bij de financiering van meer dan 3000 ondernemingen en is daarnaast ‘een beetje een bèta’. Hij waakt ervoor dat het team niet doorslaat naar een balans met te veel financieel geschoolde mensen. “Je hebt een paar bankiers nodig, maar niet meer dan dat. Een inhoudelijke discussie over quantum gaat mijn pet te boven. Daar heb je echte specialisten voor nodig.”
Dat structurele investeren in kennis werkt door in het hele Nederlandse ecosysteem. BOM ontwikkelt venture development-programma’s, draagt bij aan het opleiden van nieuwe investeringsmanagers in Nederland en werkt aan een masterclass voor venture developers, die ondernemers begeleiden. “Je moet leren van elkaar,” zegt Jansen. “Daarvoor heb je voldoende cases en voldoende deskundigen nodig.”
Pensioengelden mobiliseren
Een van de grootste knelpunten in Nederland is het beperkte vermogen voor groei op grotere schaal. Veel fondsen zijn te klein om scale-ups van voldoende kapitaal te voorzien. Fondsen van 125 tot 150 miljoen euro hebben doorgaans niet de mogelijkheid om bedrijven de benodigde tickets van 30 tot 40 miljoen te bieden. “Het zit op slot,” zegt Jansen. “Veel fondsen zijn te klein, ook in de vroege fase. Daar hebben wij als BOM vaak de meeste ruimte. Dat is geen goed teken.”
Daarom is het mobiliseren van meer pensioengelden en spaargeld cruciaal, betoogt Jansen. Nederlandse pensioenfondsen beheren samen bijna 1900 miljard euro, maar investeren nauwelijks in venture capital. Niet uit onwil, maar door schaalproblemen. “Voor pensioenfondsen is een ticket van 50 miljoen klein,” zegt Jansen. “Al die kleine investeringen apart administreren kost veel te veel tijd en geld. De afgelopen twee jaar constateer ik gelukkig wel meer investeringsactiviteit in Nederland. Maar het gaat te langzaam.”
Een oplossing komt nu in zicht: Invest-NL werkt aan een fonds van 600 tot 800 miljoen euro, waar pensioenfondsen in kunnen stappen. Dat fonds gaat vervolgens investeren in private fondsen, waardoor deelname voor pensioenfondsen eenvoudiger en efficiënter wordt. Jansen: “Pensioenfondsen investeren in één fonds en krijgen daar een gespreide portfolio voor terug.”
BOM organiseerde eerder al pensioenfondsendiners om het gesprek hierover los te trekken. Jansen ziet grote kansen: “Een kwart procent van het belegbare vermogen in Nederlandse pensioenfondsen is net zo veel als wat Nederland jaarlijks aan R&D uitgeeft. Dat geeft de verhoudingen een beetje weer.”
Nationale investeringsbank
Een andere interessante ontwikkeling om meer kapitaal te mobiliseren, is het initiatief om een grotere nationale investeringsbank/instelling op te tuigen. Deze investeringsinstelling moet grote investeringen mogelijk maken en zo maatschappelijke opgaven verder helpen, zoals de energietransitie, infrastructuur en woningbouw. Voorstanders zijn onder meer de voorman van TechLeap prins Constantijn van Oranje en oud-ASML-topman Peter Wennink.
Zij stellen dat Nederland, anders dan veel andere Europese landen, geen krachtige nationale investeringsinstelling heeft die publieke en private middelen bundelt voor grootschalige en risicovollere investeringen. “Dit initiatief kan een significante publieke bijdrage leveren, privaat kapitaal mobiliseren en voortbouwen op wat met Invest-NL inmiddels is neergezet”, zegt Jansen.
Stabiel beleid: het belang van het Innovatiefonds Brabant
Een mijlpaal van het afgelopen jaar is de verlenging tot eind 2045 van het Innovatiefonds Brabant (IFB). Dat fonds ontstond toen Essent werd geprivatiseerd. Het IFB startte met 125 miljoen euro en groeide onder meer door goede exits door naar een waarde van ongeveer 250 miljoen.
Het succes zit overigens niet alleen in de financiële prestaties, maar ook in de continuïteit. “Het is belangrijk dat we onze strategie kunnen voortzetten,” zegt Jansen. “We hebben geïnvesteerd in bedrijven en in het team. Het is mooi dat we wederom nu het vertrouwen krijgen om hierop voort te bouwen.”
Vooruitkijken naar 2026
De grote uitdaging voor de komende jaren is schaal: zorgen dat veelbelovende bedrijven kunnen doorgroeien. Nederland is internationaal ingehaald, zegt Jansen. “Willen we een beetje bijblijven, dan moeten we extra stappen zetten.”
Daarom blijft BOM inzetten op sterkere fondsen, betere voorwaarden, diepere samenwerking in het ecosysteem en het mobiliseren van grotere kapitaalstromen. En op het aantrekken van de juiste mensen: specialisten die innovatie echt begrijpen.
Het blijft een moeilijke industrie, maar Jansen is optimistisch. “We doen dit werk omdat we weten wat het kan opleveren voor Brabant en Nederland. En omdat we geloven dat de beste ideeën een kans verdienen, ook in een lastige markt.”