Ga naar content
Contact
Terug naar overzicht nieuws

Brabants cluster voor slimme biomaterialen ambieert leidersrol in Europa

Brabants cluster voor slimme biomaterialen ambieert leidersrol in Europa

Kunstmatige hartkleppen die als vanzelf door het lichaam worden opgenomen, slagaders die zichzelf zonder invasieve chirurgie herstellen, kaakbot dat met een gel kan aangroeien en allerlei andere zelfhelende materialen: de wereld van de biomaterialen en regeneratieve geneeskunde is vol beloftes. En Brabant staat in het hart van diverse ontwikkelingen op dit terrein. Bedrijven als Xeltis, Suprapolix, Stentit, Osteo Pharma en FujiFilm drukken inmiddels hun stempel op deze nieuwe sector binnen de medische technologie.

Twee ontwikkelingen geven momenteel een extra boost aan deze trend. In Brabant zelf is er de vorming van het Smart BioMaterials Consortium (SBMC) met de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM), TU Eindhoven, Provincie Noord-Brabant, Pivot Park Oss, Brainport Industries Campus en tientallen bedrijven als deelnemer. Daarnaast is er op landelijk niveau een samenwerking tussen Leiden, Utrecht, Eindhoven en Maastricht voor de realisatie van diverse ontwikkel- en productielijnen in de regeneratieve geneeskunde. Dit landelijk netwerk is onderdeel van ‘RegMed XB’: regenerative medicine crossing borders, een internationaal initiatief in regeneratieve geneeskunde (RG) dat de genoemde topclusters in Nederland en Vlaanderen met elkaar verbindt.

Binnen RegMed XB bundelen onderzoekers, bedrijven en overheden in Nederland en Vlaanderen hun krachten om hier een nieuwe industrie te laten ontstaan, inclusief nieuwe innovatieve bedrijven op basis van kennisintensieve arbeid. RegMed XB is ambitieus: het wil een landelijke RG-pilotfabriek laten ontstaan, als basis voor een nieuwe maakindustrie die RG-therapieën, productietechnologie en productieapparatuur maakt voor de hele wereld. Een subsidietoekenning van €56 miljoen bij het Groeifonds (op een totale investering van ruim 200 miljoen tot 2027) moet RegMed XB een versnelling geven. De gecombineerde pilotfabriek met thematische focus op stamcellen (Leiden), microweefsel (Utrecht), biomaterialen (Eindhoven) en complete organen (Maastricht) komt daarmee een stuk dichterbij.

Meeprofiteren

De ontwikkeling van het Brabantse biomaterialen-consortium komt in een stroomversnelling door het uitvoeren van een deel van het Groeifonds-project voor de RG-pilotfabriek, maar kwartiermaker Jan Rietsema benadrukt dat het SBMC hoe dan ook zou zijn begonnen. “Ons consortium richt zich op hydrogelen en bio-afbreekbare implantaten. Biomaterialen spelen een grote rol in de productie en de uitrol van regeneratieve therapieën. Hydrogelen worden gebruikt om celkweek te versnellen en om medicijnen of cellen en weefsels in het lichaam te brengen. Dat laatste geldt ook voor bio-afbreekbare implantaten. Dit zijn biomaterialen specifiek geconstrueerd om de groei te ondersteunen van nieuw functioneel weefsel in het lichaam. Ze lossen op in het lichaam zodat ze niet chirurgisch hoeven te worden verwijderd.”

Het SBMC wil, mede dankzij de impuls van het Groeifonds, de slag naar industrialisatie maken. Rietsema: “Op wetenschappelijk niveau kan er al heel veel, maar succes op een petrischaaltje is nog geen geslaagd bedrijf.” En daar moet het wel toe leiden. Anders dan in Leiden, Utrecht en Maastricht is de rol van het bedrijfsleven in de Brabantse poot van de samenwerking dan ook relatief sterk. “Nu al zijn er zo’n veertig Brabantse bedrijven betrokken bij het consortium. We zijn eigenlijk pas net opgericht en zitten nog in een heel dynamische fase. Hoewel we heel industriegedreven zijn, is de rol van de TU Eindhoven ook essentieel. En met de inbreng van de provincie is de triple helix compleet.”

Los van het oprichten van een stichting en het samenstellen van een bestuur is de focus vooral op de inhoud gericht. De eerste ideeën zijn daarvoor al opgehaald: er waren workshops met de veertig bedrijven en nu komt het aan op een verdere detaillering van de plannen - want nu bestaan die nog slechts op hoofdlijnen. “Doel is een gezamenlijke ontwikkelfaciliteit waar bedrijven samen toepassingen kunnen gaan ontwikkelen. Nu al zijn er veel bestaande samenwerkingen. Zo zijn er nauwe banden tussen Vivolta met Stentit en Xeltis. We willen dat zoveel mogelijk in open innovatie laten plaatsvinden, waarbij we wel op bescherming van IP en patenten zullen moeten letten. Daar hebben we wel ervaring mee, dus dat komt vast goed, maar heeft wel aandacht nodig. Ook van de bedrijven zelf.”

Hoge eisen

Zowel aan de materialen als wijze van productie – zoals electrospinning van vezels en 3D-bioprinting – worden hoge eisen gesteld. Rietsema: “Alles moet klinisch gevalideerd worden en geproduceerd onder strikt gecontroleerde condities van Good Manufacturing Practice.” Het SBMC gaat twee faciliteiten realiseren: de ontwikkelfaciliteit, waarvan de centrale locatie bij voorkeur in de nabijheid van de TU Eindhoven zal worden gerealiseerd, en de pilotproductiefaciliteit elders. In de ontwikkelfaciliteit werken partijen samen in projecten aan de geoptimaliseerde productie en assemblage van biomaterialen, (inclusief hydrogelen), aan het functioneel testen, beoordelen en voorspellen van implantaatfunctie, opschalingsproblematiek en de restricties voor klinische productie.

In de pilotproductielocatie werken partijen samen aan de industriële productie van biomaterialen en afbreekbare implantaten.

.

Het verdienmodel van dit deel van de RG-pilotfabriek is volgens Rietsema een combinatie van verkoop (van vooral hydrogelen) en contract manufacturing (van bio-afbreekbare implantaten), aangevuld met advies en ondersteuning bij de ontwikkeling van producten en productietechnologie. “De klanten zijn bedrijven die biomaterialen willen afnemen, organisaties die nieuwe productietechnologie ontwikkelen en de overige spelers in de RG-pilotfabriek, die de biomaterialen gebruiken in hun pilotlijn. Zo kan zich een maakindustrie rond biomaterialen ontwikkelen met het Brabantse productiecluster voor hydrogelen en bio-afbreekbare implantaten als middelpunt.”

De provincie Noord-Brabant en TU Eindhoven hebben het voortouw genomen om met het SBMC de infrastructuur te realiseren als basis voor een productie-ecosysteem met een leidende positie in Europa.

Pioniers

Rietsema noemt de TU Eindhoven één van de Nederlandse pioniers op het gebied van regeneratieve geneeskunde en internationaal vooruitstrevend op het gebied van biomaterialen voor RG-toepassingen. Ook financieel ligt er een goed basis, zegt hij. “De BOM heeft veel ervaring met grote fondsen op het gebied van biotechnologie en werkt nauw samen met de TU/e en andere (vroege fase) investeerders zoals Braventure en het Brabant Startup Fonds.”

Naast de TU Eindhoven spelen ook Pivot Park in Oss en Brainport Industries Campus (BIC) in Eindhoven een rol in het opbouwen van een hoogtechnologische maakindustrie rondom biomaterialen. Pivot Park in Oss is een initiatief van MSD in samenwerking met de provincie, gemeente Oss, de ministeries van EZK en VWS en de BOM. BIC is een campus waar bedrijven zijn gevestigd die hun kennis van productontwikkeling en technologie met elkaar delen en nauw samenwerken op het gebied van research en development. Bij het tot standkomen van het innovatieprogramma op de Brainport Industries Campus heeft de BOM ook een grote rol gespeeld.

Voorbeelden

Of het nu om materialen gaat, om technologie, om onderzoek of om concrete toepassingen, Brabant kent een reeks initiatieven die de provincie tot een hotbed van biomaterialen maken. Van de ongeveer veertig bedrijven die nu al verbonden zijn aan SBMC zijn dit enkele in het oog springende voorbeelden:

Meer weten?

In Brabant werken we aan het toekomstbestendig verbeteren van gezondheid en het bevorderen van ieders kwaliteit van leven en welvaart. De BOM draagt hier samen met ondernemers aan bij door in te zetten op gepersonaliseerde behandelmethodes, digitale zorg en toepassingen van sleuteltechnologieën als fotonica, nanotechnologie en robotica.

Naar het thema gezonde toekomst

Meer weten?